Het omverwaaien van de voorganger van de molen De Fortuin in 1808 (2)

De standerdmolen op de Molenbelt binnen de stadsmuur kwam er echter veel slechter van af, maar die was dan ook al eeuwen oud en van een type dat voor dit soort geweld veel kwetsbaarder was. Het grote vierkante molenhuis waarin alle techniek zich bevond, inclusief de molenstenen, werd in zijn geheel kapot geblazen. De molenaar en zijn knecht konden nog net het vege lijf redden. Toevallig waren er geen kinderen in de buurt, die er normaal wel vaak speelden.

Duidelijk is in ieder geval dat de harde wind zeer plotseling opkwam, dat de molenaars van beide molens er door verrast waren en dat hen daarom waarschijnlijk niets te verwijten was. Ook moet het slechte weer zeer lokaal zijn geweest. De kranten melden verder geen slecht weer op uitgebreide schaal in de rest van het land in de eerste helft van mei 1808 behalve twee incidenten, namelijk blikseminslag in Westerwijtwert in de provincie Groningen op 8 mei om vijf uur 's middags en blikseminslag in de molen van Schijndel in Noord Brabant, op 5 mei om zeven uur.

Nog niet zo lang geleden vond ik tijdens inventarisatie van gedeelten van het Oud Rechterlijk Archief van Hattem het volgende:

"Het gemeentebestuur van Hattem verklaard hier mede op versoek van Derk Lammerts Boeve, wonende onder de ambte Heerde dat op de nademiddag van 9de mey des jaars 1808 zijn windkoornmolen staende op een bolwerk van dese stads wal bij de Derppoorte door een hevige (doorgehaald: violente) opgekome (doorgehaald: orkaan of) windhoos voor het grootste gedeelte is weggerukt, verbrijseld en vernield geworden, waardoor hem, Derk Boeve, een aanmerkelijke schade is toegebragt ja zodanig, dat door manquement aan reparatie die geteisterde molen tot heden toe niet heeft gemalen, zijnde deselve in een jammerlijke toestand, uitwendig ontbloot van zijn kap, as, roeden en beschotten en van binnen van al zijn gaande werk zoals zulks voor een iegelijk zigtbaar is. Aldus naar waarheid, Hattem, 4 februari 1809". Deze verklaring zal mogelijk zijn opgemaakt om Derk voor zover mogelijk te vrijwaren van schuldeisers en belastinginners.

Nieuwe informatie levert vaak tevens nieuwe vragen of problemen op. Ook in dit geval. Nu zitten we namelijk met de vraag of het omwaaien van de molen op 9 of op 12 mei 1808 plaats vond. Moeten we het gemeentebestuur van Hattem in samenspraak met de eigenaar geloven, of de kranten (die alle duidelijk dezelfde bron gebruikten)? Op die vraag zouden mogelijk oude weerwaarnemingen een antwoord kunnen geven. Oude waarnemingen uit Amsterdam, Delft, Haarlem en de Zwanenburg (tussen de Haarlemmermeer en het IJ) zijn door het KNMI op internet gezet. De waarnemingen van Haarlem geven op de 5de, toen de molen van Schijndel sneuvelde: "helder, 's avonds bewolkt, weerlicht" op de 7de "namiddag donderbuien" en op de 8ste toen de boerderij in Westerwijtwert sneefde: "wolken, van verre donder", en op de 9de: "bewolkt, op de middag regenbuien, 's avonds helder" Verder ruimde die dag daar de wind aanzienlijk van ZZO tot ZW. Dit wijst op de passage van een koufront dat gepaard kan gaan met hevige buien. Daarna werden de weersomstandigheden rustiger. Op de 12de werd enkel "betrokken" gemeld. Van 3 tot 8 mei was het tamelijk warm geweest: 21 tot 25 graden, terwijl het van 9 tot 12 mei 16 tot 17 graden was. Zwanenburg meldde op de middag van de 9de vijf keer zoveel wind als op de ochtend en de avond van die dag en ruim meer dan twee keer zoveel wind als op de gehele 12de mei.
Amsterdam meldde op 9 mei "slappe koelte" behalve na de middag: toen heerste er een "bekwame koelte" op de 12de kwam men in de hoofdstad de hele dag niet verder dan "slappe koelte".