Het omverwaaien van de voorganger van de molen De Fortuin in 1808 (3)

Gezien de warmte en het aantoonbare onweer tot en met 8 mei en de regenbuien die Haarlem nog op de middag van de negende meldde, het ruimen van de wind aldaar, alsmede de tijdelijk veel hardere wind eveneens op de negende bij de Zwanenburg, gaat mijn voorkeur uit naar die dag, 9 mei 1808 dus, voor het omwaaien van de molen op de stadswal van Hattem en niet de 12de. We kunnen dan meer geloof hechten aan het gemeentebestuur en eigenaar dan aan de kranten.

En de eigenaar? Derk Lammerts Boeve, hoe liep het met hem af? Om te beginnen moeten we dan zeggen dat hij hoogstwaarschijnlijk niet de molenaar was die het ongeluk meemaakte, want hij woonde te Wapenveld, waar hij nog een windkorenmolen bezat, de molen die wij nu De Vlijt noemen (of de voorganger daarvan). Hij zal dus een andere molenaar, mogelijk een pachter, in Hattem aan het werk hebben gehad.

De molen in Wapenveld was het eigendom van Derk Boeve geworden door zijn huwelijk in 1790 met de iets oudere Jannigjen Klaassen Boeve, die weduwe was van Jan Stevens(zoon), ook wel Jan Stevens Mulder genaamd, welke de molen in 1787 had gekocht. De molen van Hattem had Derk Boeve in 1795 kunnen kopen uit de verlaten, "desolate" boedel van Johannes Adam Gerhardus Jabbinga en zijn vrouw M. Sasbrink. Deze hadden een keurig afscheidsbriefje aan de Hattemers achtergelaten en waren in de nacht van 15 op 16 juni 1795, gedwongen door "tussenkomende fataliteiten", met de noorderzon vertrokken met achterlating van hun desolate boedel.

Na het omver waaien van de molen van Hattem zal Derk Lamberts Boeve op zijn beurt zijn bekomst van molens hebben gehad. Hij kan zelfs in ernstige financiële problemen zijn gekomen, omdat hij blijkens een erfmagescheid van 1807 beloofd had per 1 augustus 1808 zijn stiefzoon Steven Jans (Mulder) diens erfdeel uit zijn moeders nalatenschap uit te keren. Daartoe zou Derk de molen van Hattem publiek verkopen, maar na de windhoos stond hij met lege handen! Zelfs de ondergrond van de molen was niet van hem. Dat was de stadswal, eigendom van de stad Hattem. Mogelijk werd hij door dit alles gedwongen de molen van Wapenveld reeds in januari 1809 aan zijn twintig jaar jonge stiefzoon te verkopen. Deze zou later bekend worden van het volgende. Hij was de molenaar die in 1835 met dominee Brummelkamp uit Hattem met de Afscheiding uit de Hervormde Kerk meeging en regelmatig zijn huis en molen beschikbaar stelde voor de toen nog verboden samenkomsten van de prille Afgescheiden gemeente. Het was de gewoonte van deze Steven Jans Mulder om met de wieken aan te geven of er godsdienstoefening zou plaats hebben. Een van zijn zoons zou nog weer later in 1857 de windmolen van Volkers aan het kanaal in Wapenveld bouwen.

Derk werd landbouwer in Wapenveld. Zo staat hij in ieder geval tot 1827 bekend.
In het laatst van zijn leven, zeker vanaf 1840, was Derk sluiswachter te Heerde. Aangezien het Apeldoorns Kanaal in 1829 openging, kan hij daar niet eerder dan in dat jaar mee begonnen zijn.